dinsdag 11 maart 2008

Dinsdag. De regen komt met bakken uit de lucht. Het gekletter tegen de ramen is het eerste wat ik hoor als om 7:15 uur de wekker gaat en ik wakker schrik, eventjes denkend dat de wekker kapot is en veel te vroeg afgaat, maar me al snel realiserend dat dat niet zo is, ik ben alleen maar nog steeds doodmoe. Deels mijn eigen schuld, pas om middernacht naar bed gegaan en dat is eigenlijk te laat voor een veelslaper zoals ik. Maar ik zat zo lekker, en ik heb mijn ontspanning ook zo nodig.

Ik kleed me aan, maak de kinderen wakker en zeg ze dat ik ze over een kwartier kom halen, en strompel naar boven. Koffie. Mail lezen. Wanhopige pogingen doen om mijn brein op gang te krijgen, maar het blijft voorlopig nog hangen in de zombie stand.

Even later sta ik in de keuken, twee ook nog half slapende kinderen, aangekleed en wel, aan de bar. Joy heeft zelfs haar bril op, hoera!. Mike nog niet, maar ik ben nu even te druk met boterhammen smeren en tassen klaarmaken voor school. Straks maar. Ze eten hun ontbijt terwijl ik de tassen inpak. Lunch, 10-uurtje, drinken.. zo moet het helemaal gaan lukken. Ik kijk tevreden naar de klok. We gaan het halen vandaag. Ik borstel Joy's haar en de hoeveelheid klitten valt mee, dus zelfs dat lukt met relatief weinig gemopper en gekerm. Mike is ook klaar met ontbijten en nadat Joy's haar in een staart is gewrongen lopen hij en ik zijn kamer binnen, even zijn bril pakken.

Die is nergens te bekennen. "Ik weet zeker dat hij hier lag!" roept Mike, wijzend op een ernstig leeg ogende plek op zijn tafel. "uhuh" zeg ik, ondertussen de rest van zijn kamer doorzoekend, zonder succes. Ik stuur hem naar boven om daar te gaan zoeken, moet hem vervolgens aansporen omdat ik hoor dat hij boven met de ratjes aan het spelen is, en uiteindelijk komt hij, met zijn bril op, beneden. "vervelend wel he, zo'n bril die helemaal zelf naar boven wandelt". Foei Kit, cynische rotopmerkingen, dat is een niveau waar je je doorgaans niet toe verlaagt. Ik weet het. Soms ben ik net een mens.

Volgende etappe. Schoenen aan. Ze hebben alletwee nieuwe, en dus vergt het de nodige inspanningen om de veters precies juist ingeregen en de schoenen aan te krijgen. Jassen aan, capuchons op, hevig gemopper van Joy want ze wil een paraplu mee maar ik kan er nergens een vinden en vind dat ook stiekum niet zo erg, het waait namelijk ook nogal, ikzelf kan geen paraplu vasthouden want ik heb de fiets al aan de hand, en ik verheug me niet echt op het in mijn ogen geprikt worden met een paraplu die, oepsie!, net niet stevig genoeg werd vastgehouden om dat te voorkomen. Ze kijkt me verwijtend aan. "JIJ hebt een leren jas mam, die is tenminste waterdicht". Klopt schat, maar IK heb geen capuchon en mijn enige jas die dat wel heeft is zo lek als een mandje. Zeur, mopper, grom. We zijn inmiddels wel te laat vertrokken.

Onderweg striemt de regen ons in het gezicht. Joy is nog steeds wiebelig, emotioneel. Gisteren heeft een jongen uit haar klas die tijdens de gymles naar de kleedkamer was gestuurd het voor elkaar gekregen expres het brandalarm te doen afgaan door een overdosis deodorant richting de rookdetector te spuiten. De hele school in rep en roer, iedereen op het schoolplein in de kou, en Joy's klas dus in hun gymkleren buiten. Joy flipte compleet, blinde paniek, en hoewel ze door haar vriendinnen en de leerkrachten goed is opgevangen werkt zoiets bij haar nog dagen na. De nieuwe schoenen zitten niet lekker nog, ze weet zeker dat dat een blaar gaat worden. Mikes zelfgestrikte veters zitten al na 10 minuten weer los en dus strik ik ze deze keer, dubbele strik, rats, ruk, zo die gaan voorlopig niet meer los.

Natuurlijk zijn we weer eens te laat. Mike slipt snel de school binnen tegelijk met een ander kind dat ook te laat is. Ik breng Joy naar haar klas in het andere gebouw en maak mijn excuses bij de leerkracht. "Sorry, er ging vanochtend weer eens van alles mis". Hij knikt begrijpend maar ik vraag me af of hij het begrijpt.

Ik fiets naar huis terwijl er een verse lading water naar beneden komt, mijn haar in natte slierten voor mij gezicht. Thuisgekomen ruim ik de keuken op, maak de bedden op en plof dan achter mijn buro met een kop koffie. Half 10 maar ik moet nu al echt even bijkomen. Ik vul wat formulieren in voor school terwijl ik zit op te drogen. Voel me k*t, surf wat, en beland op een blog van 2 vrouwen die alletwee moeten leven met een enorme hoop medische problemen. En die daarover schrijven met zoveel humor dat ik her en der zit te schateren. (dit blog)

Ach, eigenlijk valt het allemaal wel mee met mij. Ik heb van die momenten waarop ik het liefste in een willekeurige trein zou springen, vertrekken naar maaktnietuitwaar, en eens een flinke poos alleen maar met mezelf bezig zijn, alleen maar doen wat ik leuk vind, zonder dat er iemand is die me nodig heeft. Zo af en toe voel ik me opgesloten, aan de ketting gelegd, het slachtoffer van mijn eigen foute keuzes in het verleden en het noodlot dat die er nog eens extra in moest wrijven door me in de categorie "extra zwaar" in te delen. Ergens om een hoekje loert zo heel af en toe de wanhoop, de depressie, de midlife crisis, of hoe dat zwarte beest dat me zo af en toe aanstaart ook moge heten.

Maar nooit voor lang. "Geluk is een keuze". Vroeger vond ik dat een zweefteven onzinkreet. Maar het is waar. De omstandigheden van je leven kun je maar tot op beperkte hoogte wijzigen. Maar het is de manier waarop je ermee omgaat die bepaalt of je zwaar depressief, of doorgaans best happy bent.

Ik grijp het beest in zijn nekvel en slinger hem het raam uit. Zo, jouw beurt om nat en koud te worden. Nog een kop koffie en een sigaret, en dan mijn ochtend workout, het huis, en een begin maken met de belastingaangifte. We gaan er weer voor. What else is there to do.